Museum In ‘t Houten Huis - De Rijp
Welkom!
Welkom in het mooie museum over de geschiedenis van De Rijp en omstreken.… het boeiende verhaal over het Schermereiland verteld.Aan de Tuingracht in het oude centrum vindt u Museum In ‘t Houten Huis. Het museum vertelt het verhaal van het Schermereiland (nu Eilandspolder) en het ontstaan van De Rijp in woord en beeld. Het museum is niet al te groot en meer dan de moeite waard. Naast de vaste expositie is er ook een wisselende expositie. Deze wordt minimaal een keer per jaar gewisseld.Wij organiseren een bezoek aan dit museum in combinatie met een bezoek aan het Raadhuis van De Rijp anno 1630. Aldaar begint uw dag met koffie, thee en een Leeghwatergebakje, het bekijken van een film over de omgeving en een korte rodnleiding door de monumentale ruimten. Het museum en het raadhuis liggen slechts 5 minuten wandelen van elkaar.Ook is het mogelijk om met de museumboot ‘Maria Lijntje’ onder andere een bezoek te brengen aan Fort Spijkerboor en Museummolen Schermerhorn.
Start rondleiding
Museum In 't Houten Huis is een historisch museum dat de geschiedenis van het Noord-Hollandse dorp De Rijp en het Schermereiland belicht. Het museum is gevestigd in het voormalig weeshuis aan de Tuingracht en heeft nog een originele houten constructie. Daarnaast wordt ook het voormalige raadhuis van Graft door het museum beheerd.CollectieDe Grote Brand in De Rijp van 1654, in 1662 door Egbert van der Poel geschilderd.Belangrijke thema's in de collectie zijn scheepvaart (vooral walvisvaart en haringvisserij), de in De Rijp geboren molenmaker en waterbouwkundige Jan Adriaanszoon Leeghwater, doopsgezinden, hennepverwerking en het dagelijks leven van de dorpsbewoners. Tot de topstukken van het museum behoren een kajak uit West-Groenland en het schilderij De Grote Brand in De Rijp van 1654 van Egbert van der Poel.
Expositie Els Hansen - Rijper Portretten
In 1989 verscheen het boek Rijper Portretten van Els Hansen met haar fotoportretten van inwoners van De Rijp. In 2023 schonk zij ruim 100 vergrotingen en meer dan 500 in diezelfde periode gemaakte, grotendeels nog niet afgedrukte negatieven aan Museum In ’t Houten Huis.Deze schenking vormde de aanleiding om een tentoonstelling samen te stellen van zowel portretten uit het boek alsook van niet eerder gepubliceerde foto’s uit die tijd.De fotoportretten tonen Rijpers in hun dagelijkse omgeving, maar vormen tezamen ook een beeld van de toenmalige dorpssamenleving.Te zien tot 27-10-2024
Video hennepverwerking
Video expositie Van lap en pop
Tentoonstelling van Merklappen en poppen uit de collecties van musea en particulieren. De tentoonstelling VAN LAP EN POP in museum In 't Houten Huis in De Rijp Noord-Holland was te zien tot en met 25 maart 2012.
Audiotour 1: het uurwerk
Staand horloge
Staand horloge, eikenhouten en onderaan gefineerde kast met twee klauwvoeten en drie beelden op een opzetstuk. Voorzien van datumaanduiding, maanstanden en een mooi klinkend carillon. Het uurwerk is origineel qua samenstelling. Op de wijzerplaat staat de naam van de maker: 'Hendrik van Voorst / In de Rijp'.De uurwerkmaker Van Voorst vestigde zich in De Rijp in 1719. Kleine beschadigingen in de marquetterie. In de collectie van Museum In 't Houten Huis bevinden zich ook een wandklok en een zakhorloge (alleen het uurwerk), die vervaardigd werden door Hendrik van Voorst.
Tuingracht De Rijp
Audiotour 3: haringbuis
Audiotour stop 2: atlassen
Model lijnbaan
Dit model van een lijnbaan is vervaardigd door Cees Eijking. Er zijn twee onderdelen: het maken van strengen en het maken van trossen. De verwerking van hennep voor de fabricage van zeilen, touw, netten en garens was een belangrijke activiteit op het Schermereiland.Er waren dan ook diverse lijnbanen, zeidoekweverijen en nettebanen. Het dundoek uit De Rijp was alom bekend. Hennep werd ook gebruikt om de naden tussen de huidgangen van houten schepen waterdicht te maken : het breeuwen of kalefateren van schepen.Door mechanisering en de introductie van tropische en later kunststof vezels kwam er een eind aan de hennepverwerking op het Schermereiland.
Audiotour 15: Spaarman
Audiotour 4: kajak
Audiotour 5: walvisvaart
Audiotour 6: Jan Janszn Weltevree
Audiotour 7: de rederskamer
Audiotour: Welkom - de Oostzee
Audiotour 10: maquette
Audiotour 20: brand
Audiotour 19: Leeghwater (persoon)
Audiotour 18: Leeghwater
Audiotour 14: schommelwieg
Audiotour 13: bruidskistje
Audiotour 16: Doopsgezinden
Audiotour 12: aardewerk
Audiotour 9: Blaeu
Audiotour 17: nijverheid
Audiotour 11: houten huizen
Willem Jansz Blaeu
Willem Jansz. Blaeu (Uitgeest of Alkmaar, 1571 – Amsterdam, 1638) was een Nederlandse cartograaf en globemaker. De naam Blaeu (in het Latijn: Caesius) is hij pas na 1620 min of meer officieel gaan voeren.In 1633 werd hij aangesteld als kaartenmaker van de VOC en als examinator van de VOC-stuurlieden. In 1637 werd het bedrijf verplaatst naar de Bloemgracht. Lang heeft hij daar niet gewerkt want een jaar later stierf hij en op 21 oktober 1638 werd hij begraven in de Nieuwe Kerk. Zijn bedrijf werd voortgezet door zijn zonen Joan en Cornelis.
De haringbuis
De haringbuis is een bekend scheepstype dat in de Middeleeuwen werd ontwikkeld. Het scheepsmodel werd zowel gebruikt als vissersboot op zee, als voor de koopvaardijvaart. Wat is een haringbuis precies? Ontstaan in de Middeleeuwen Een haringbuis – Meester W met de Sleutel, ca. 1490 (Rijksmuseum) De haringbuis is naast de kogge en het karveel een bekend, zeewaardig scheepstype uit de Middeleeuwen. Het schip werd in het begin van de vijftiende eeuw ontwikkeld. Volgens historici gingen de eerste haringbuisschepen in 1416 in Enkhuizen te water. De naam van het schip is ontleend aan het Latijn buscia, wat ‘vrachtschip’ betekent. Termen die men gebruikte voor de haringbuizen waren buyse, buse of buyssescip. De eerste keer dat een haringbuis op een tekening verscheen, moet ergens rond 1490 geweest zijn. In 2014 verwierf het Rijksmuseum de oudst bekende prent met een haringbuis, afkomstig uit ongeveer 1980. Rond die tijd voeren er in Vlaanderen en Holland zo’n 400 haringbuizen rond. Kenmerken van de haringbuis De haringbuis was een breed en groot kielschip, met veel laadruimte. Vissers gebruikten deze scheepssoort om haring mee te vangen. In tegenstelling tot andere middeleeuwse scheepstypes hadden haringbuizen geen platte bomen, maar waren ze ‘op kiel gebouwd’. Over de hele bodem liep een zware balkvorm, de kiel.
Haringvisserij
Tussen ca. 1550 en 1700 was de Nederlandse haringvisserij in Europa zo toonaangevend, dat de buitenlandse concurrentie er alles aan deed om de vaderlandse successen in de kiem te smoren. Zelfs toen de ‘Gouden Eeuw van de Visserij’ hier een einde had gevonden, bleven de Nederlandse visserijmethoden nog zeker 150 jaar het grote voorbeeld. Dat concludeert de Deense historicus Bo Poulsen van het Institut for Kultur og Globale Studier van de Universiteit van Aalborg.
Jan Janszn. Weltevree (1595-1657)
"Ik ben in 1595 in De Rijp geboren. In 1626 monsterde ik aan op de “Hollandia” en vertrok op 17 maart van dat jaar naar Indië. Vanuit Djakarta ging ik met het jacht de “Ouwerkerck” in 1627 naar Decima (tegenwoordig Dejima), bij Nagasaki in Japan. Onderweg kregen we te kampen met veel tegenwind, waardoor de reis veel langer duurde dan verwacht. Hierdoor kwamen we zonder drinkwater te zitten. Ik ging met twee maten aan land om enkele tonnen water te halen. De andere twee waren Dirck Gijsbertsz (ook uit De Rijp) en Jan Pieterse Verbaest uit Amsterdam. Het eiland bleek Jeju te zijn (voorheen Chesu) in het uiterste zuiden van Korea, zo'n 90 km vanaf het vaste land. Wij werden daar gevangen genomen, waarna de Ouwerkerck er snel van door ging.Mede als reactie op invallen door Japan en Mantsjoerije voerde Korea onder koning Jungjong (1506-1544) en latere koningen een sterk isolationistische politiek. Toen ik in Korea terecht kwam, was koning Injo (1623-1649) aan het bewind, opgevolgd door koning Hyojong (1649-1659). Onder zeer strenge regels vond er nog wel handel plaats, maar voor de rest was het een kluizenaarsrijk. Als iemand per ongeluk het land in kwam, werd hij niet gedood, maar mocht het land nooit meer uit. Ik en mijn maten ondervonden ook de gevolgen van dit beleid. Wij werden meegenomen naar Seoul. Ik bleef dus - als allereerste westerling die in Korea kwam - de rest van mijn leven daar wonen. Onder meer omdat ik verstand had van wapens en buskruit, werd ik adviseur aan het hof van de koning. Ik trouwde met een Koreaanse vrouw, we kregen kinderen en ik nam een Koreaanse naam aan: Pak Yon. Mijn beide maten sneuvelden in een oorlog tegen de Mantsjoes."
Jan Boon Junior (1758-1847)
Jan Boon was de laatste telg uit de doopsgezinde familie Boon die behoorde tot een van de belangrijkste reders- en koopmansgeslachten uit de Rijp.Als Rijper notabelen oefenden zo’n tiental van deze geslachten door hun economisch overwicht een grote invloed uit op alle terreinen van het maatschappelijk leven waardoor de arbeiders-klasse en middenstand zeer afhankelijk van hen waren. Enkele andere namen in dit verband zijn die van de familie Bek en Beets.
Arend makelaar
Makelaar van het pand Rechtestraat 78, De Rijp, in de vorm van een arend. Door voormalige bewoner Cornelis de Jong een Dodo (uitgestorven vogelsoort) genoemd.Dit ornament werd ten gevolge van ernstige inwatering vervangen door een nieuw exemplaar. Deze arend is donkerbruin geverfd. De makelaar als bouwkundig onderdeel was oorspronkelijk de balk, waarop het uiteinde van de nokbalk rustte. Later werd het de versierde verticale plank tussen de windveren en de waterborden van het dak van een houten huis. De naam makelaar wordt in het geval van de arend dus niet geheel correct gebruikt. De huidige arend is onlangs wederom gerestaureerd en medio ’24 teruggeplaatst op zijn plek.
De Oostzee
De Eilandspolder is een verrassend goed geconserveerd middeleeuws cultuurlandschap met hoge natuurwaarden en fraaie dorpjes met een historisch karakter. Hij ligt ingeklemd tussen de grote droogmakerijen Schermer en Beemster en stond vroeger bekend als het Schermereiland; restanten van een groot veenontginningsgebied omgeven door water. Dat water waren de grote meren; het Schermeer, het Beemstermeer en het Starnmeer. Boeren en vissers leefden er en later ook arbeiders, zeelieden en reders. Maar de polder was niet altijd een eiland. Eens maakte hij deel uit van het immense veengebied dat over westelijk en noordelijk Nederland lag; grote veenkussens als heuvels met daartussen afwateringsstromen. Eén groot moeras, zo zag het landschap van de Eilandspolder er rond het begin van de jaartelling uit.Alleen verder in het westen was er vaste grond, daar lagen de duinen en de geestgronden. In dat duingebied woonden de vroege inwoners van westelijk Nederland, in het Kennemerland. Vanaf deze hogere gronden konden de bewoners met kano’s via de veenstroompjes de moerassen in, o.a. om te vissen.Vervolgens, zo’n duizend tot twaalfhonderd jaar geleden, begonnen ze delen van het moeras ook te ontginnen. Ze leerden hoe door het graven van slootjes het veen kon worden ontwaterd en tot landbouwgrond gebracht. Een eerste nederzetting langs de Schermer, toen nog een veenstroompje dat uitmondde in de zee, was al gesticht rond 920: het Scirmere. Het dorpje Graft wordt genoemd in de archieven vanaf 1050, hoewel toentertijd op een andere locatie dan nu.
Prikslee
Slede of toogje met beschildering, bestaande uit vier winterlandschappen geschilderd door Willem Spaarman (1848-1917). De binnenkant is rood geverfd. De slede werd in 1884 gemaakt in opdracht van de Rijper boomkweker Klaas Admiraal en zijn vrouw Maartje Blaauw voor hun kinderen Maarten en Trijntje. Het toogje is beschreven door Leo den Engelse, 'Een beschilderd sleetje voor het nieuwe museum' in: Een Nieuwe Chronyke - Uitgave van de Oudheidkundige Vereniging Graft - De Rijp, 17 (2000) nr. 1, pp. 32-37. Daaruit de volgende omschrijvingen van de vier afbeeldingen: - poldermolen De Knevelaar aan de oostdijk van de Eilandspolder - paardenmolen aan het eind van een lijnbaan. Vrijwel zeker lijnbaan De Vrede in het Noordeinde van Graft - koek-en-zopie bij Grootschermer. Althans volgens Maarten Admiraal (rond 1970). Het zou zelfs beter bij de toen nog bestaande Grafter kerk kunnen zijn, want daar is wel breed water en ook bebouwing tussen dat water en de kerk. - het teerhuis van lijnbaan De Poel op de grens van Graft en De Rijp.Op de bodem een zitbankje. De bovenkant is uitneembaar waardoor er een prikslede van gemaakt kan worden. Onderdelen: prikslede, twee zijkanten, voorkant, zitbankje en achterkant met duwstang. Twee bijbehorende prikstokken (b+c) waarvan c. vermoedelijk gebroken en met behulp van een touw aan elkaar gezet.
Welkom in museum In 't Houten Huis
Video hennepverwerking
De hennep kwam uit Zuid-Holland, Rusland, Baltische staten, Polen en Italië. Stengels werden in een hennepklopmolen of met de hand geslagen om de vezels vrij te maken. De gebeukte hennepstengels werden vervolgens over een hekel gehaald. Het werk van de hekelaar was meestal huisarbeid.Het model van de lijnbaan laat zien hoe de gehekelde hennep tot garen werd gesponnen en vervolgens tot touw gedraaid werd. De op klossen gewonden garens werden door een garenplank getrokken en zo tot strengen gedraaid. Vervolgens werd uit de strengen een touw geslagen. De garens werden rechtsom (met zon) gedraaid, de strengen linksom (tegen zon) en het touw weer rechtsom (met zon). Touw werd in allerlei diktes en samenstellingen gemaakt, van het dunne koeientouw tot de zware speerreep.
Op lijnbanen voor klein werk was alles handwerk. Bij het slaan van zwaar werk werden rosmolens toegepast. Hennepvezels zijn sterker dan katoen en zeewaterbestendiger.
Tuingracht De Rijp
Dit gebouw uit de 18de eeuw diende als opvanghuis voor arme familieleden van walvisvaarders: het Algemeen Wees- en Armenhuis. Tegenwoordig huist hier het museum waar de geschiedenis van Graft-De Rijp en het Schermereiland wordt verteld.Bronvermelding foto: rechthebbende onbekend / Collectie Regionaal Archief Alkmaar / RAA012006383.

